Ziekenhuisapothekeker Matthijs van de Poll (Máxima Medisch Centrum) steekt met de werkgroep Medicatiebegeleiding ziel en zaligheid in het optimaliseren van de medicatiebewaking in HiX. Welke stappen hebben zij inmiddels gezet? Welke uitdagingen gaan zij nog te lijf? Van de Poll over het ultieme doel rond medicatiebewaking: “Alles draait om ruis verminderen.”

Vanaf februari 2024 vindt de bewaking op interacties en contra-indicaties uitsluitend plaats via de Medisch Farmaceutische Beslisregels (MFB’s). De klassieke bewaking op interacties en contra-indicaties wordt daarmee niet meer ondersteund. Van de Poll, voorzitter van de werkgroep Medicatiebegeleiding van het Innovatieplatform, steekt er met collega’s van andere ziekenhuizen veel energie in om het beheer van de MFB’s in HiX gebruiksvriendelijk te maken.

Kunt u kort uitleggen waar u met de werkgroep aan werkt?

We werken aan aanpassingen in HiX om de nieuwe medicatiebewaking, zoals die nu wordt uitgeleverd in de G-Standaard, op een prettige en vooral zinnige manier neer te zetten in HiX. Tot voor kort was de signalering van interacties en contra-indicaties vrij eendimensionaal ingeregeld. Voor interacties gold: geneesmiddel A plus geneesmiddel B leverde een signaal op. En voor contra-indicaties gold: een geneesmiddel plus een aandoening leverde een signalering op. Op verzoek van de apothekers zijn de MFB’s ontwikkeld, dat met veel meer variabelen rekening kan houden. Deze MFB’s worden door het Geneesmiddelen Informatie Centrum (GIC) bepaald en in de G standaard van Z-Index uitgeleverd. Aan ChipSoft dan de mooie taak om die volgens de implementatierichtlijnen te programmeren. Met onze werkgroep leveren we hier input voor. Ons uiteindelijke doel is dat de voorschrijvers van medicatie alleen nog maar relevante signaleringen krijgen. Maar tot op heden leveren de MFB’s echter méér signaleringen op. Onze werkgroep heeft de laatste tijd hard gewerkt aan het verminderen van de zinloze signalen.

Is dat gelukt?

Dat is een ongoing process. ChipSoft heeft ervoor gezorgd dat we nu bepaalde signalen kunnen onderdrukken, zodat er minder signalen ontstaan voor de mensen die ze niet hoeven zien en de júíste signalen worden getoond aan diegenen die het wél moeten zien.

Bij het finetunen van de contra-indicaties heeft met name Sander Ketzer van Dijklander Ziekenhuis en Arno Kalkman van Canisius Wilhelmina ziekenhuis binnen de werkgroep een grote rol gespeeld. Bij de interacties was dat Willemijn Eppenga van Canisius Wilhelmina Ziekenhuis en Sander Ketzer van Dijklander Ziekenhuis. Zelf heb ik input geleverd voor de exclusiegroepen, veel ideeën uitgewerkt en alles doorgetest. Een andere groep is weer heel actief geweest met de rule voor de nierfunctiesignalering. Om alles goed uit te kristalliseren, hebben we voor de MFB’s twee pilots gedraaid in het MMC, Dijklander en CWZ. Eentje voor de interacties en eentje voor de contra-indicaties.

Hoe zijn die pilots bevallen?

Goed, de signalering is nu over de volledige breedte van de medicatie beter. Maar eerlijk is eerlijk: op losse onderdelen werkt het soms nog minder goed. Dat heeft vooral te maken met inhoudelijke keuzes. We kunnen op beslisboomniveau aangeven wat we wel of niet tonen aan bepaalde HiX-gebruikers. Maar een beslisboom kan wel tien signalen creëren, om tien verschillende redenen. Een deel van die signalen is belangrijk, maar een deel is ook ballast. Om een goed onderscheid te kunnen maken tussen wel en niet belangrijk, voeren we continu gesprekken. In de tussentijd geven sommige artsen aan dat zij veel teveel signaleringen krijgen die niet juist zijn. Het nadeel daarvan is dat het risico bestaat dat zij minder scherp worden op de signaleringen en per ongeluk die ene signalering missen die wél belangrijk is. Het komt nu dus aan op betere verfijning. We moeten die ruis verminderen.

Hoe pakt u dit aan?

Ik vind het heel belangrijk dat we het aantal zinloze signalen naar beneden brengen, want daardoor wordt de kans dat je een zinnige signalering herkent groter. Ik ben daarin heel pragmatisch; zet alle melding maar aan. Natuurlijk, daar krijg ik dan commentaar op van artsen die vinden dat ze teveel meldingen krijgen, maar dat is de enige manier om in kaart te krijgen wat er nog beter kan. Als ik bij signaleringen het beslistraject volg – dat kan binnen HiX - zie ik wat de melding heeft getriggerd en kan ik vervolgens weloverwogen besluiten een exclusiegroep in te richten voor een bepaalde groep gebruikers of niet.

U praat hier met veel passie over! Waar komt die passie vandaan?

Ik vind het hartstikke leuk om in co-creatie het EPD te verrijken. En ik ben nou eenmaal een nerd die de zorg vaak anders dan anderen bekijkt. Zoals de meeste apothekers ben ik procesgericht en heb ik een wis- en natuurkundige achtergrond, in tegenstelling tot artsen. Qua karakter ben ik sowieso iemand die in één stap van A naar Z wil, in plaats van de gebruikelijke 26 stappen. Mijn vertrekpunt is één stap en iemand anders mag mij overtuigen waarom er nog stappen tussen moeten. Uiteindelijk komen we samen misschien uit op drie stappen, maar dat zijn er nog altijd 23 minder. Zo werk ik graag aan verbeteringen voor het EPD, want in the end heb ik daar zelf ook profijt van.

Overigens ben ik zeer goed te spreken over HiX. Het vormt de ruggengraat van onze hele organisatie en staat als een huis. Mensen zijn vaak geneigd te benoemen wat er beter kan, zeker bij migratie- en implementatietrajecten, terwijl 95% al echt hartstikke goed werkt. Helaas ligt daar minder de focus op. Maar volgens mij kun je niemand meer vinden die terug wil naar een papieren dossier of een vorige versie van HiX. Alleen al het feit dat je nu zelf rules, overzichten en allerlei andere dingen kunt maken, is toch briljant?!

Met welke verbeterwensen gaat de werkgroep nu verder aan de slag?

De MFB’s zijn de weg naar de toekomst, alleen zijn we daar nog lang niet. Zowel inhoudelijk als technisch moeten we blijven werken aan verbeteringen. Maar ook aan de flexibiliteit om de juiste signaleringen aan de juiste gebruikers te tonen. Als wij minder ruis willen - en dat is echt nodig - hebben we meer tweakmogelijkheden nodig. Wat mij betreft komt daar landelijk meer focus op, bij gebruikers, ChipSoft en het GIC.

Daarnaast zijn werken we aan de standaard content rules die getriggerd worden door MFB’s, zoals de nierfunctierule. Die vergen op dit moment veel aandacht en energie. De personen die hier bizar veel energie voor leveren zijn Deline Hiel (Alrijne Ziekenhuis) en Fianne van Loveren (Slingeland).

Ook werken we met de groep aan rules voor antibiotica, waarbij we bloedspiegelbepalingen moeten doen. Daar willen we het liefst een generieke rule voor creëren, omdat er veel van dit soort geneesmiddelen zijn en in de toekomst bij zullen komen.

Tenslotte hebben we een serie quick wins op de planning staan; EPD-verbeteringen die we snel kunnen doorvoeren. Persoonlijk vind ik het heel fijn om dit via de gebruikersgroepen van het Innovatieplatform te doen. Zo hoort ChipSoft vanuit meerdere zorginstellingen wat de wensen zijn en komen innovaties vervolgens beschikbaar voor alle HiX-ziekenhuizen in Nederland. Dat vind ik een mooi vooruitzicht. Wij gaan dus vol energie verder!

HiX Innovatie Magazine